[ U kweekt toch ook komkommers ][ Courgette, u kijkt toch ook ]
[ En toen sprak Hij tot zijn gezellen : 'Neem en eet hiervan gij allen, want dit is Mijn Kampernoelie, die voor u gebroken wordt' ]
[ Arti arti sjok sjok, weg zijn wij ! ][ Courgette (Thierry) ][ Banaan (Jerre) ][ Pompoen (Jerre) ][ Pompoen (Flippie) ]
U kweekt toch ook komkommers ?
Eigenlijk wel een vreemd woord, 'komkommer'. Laten we dat even ontleden.
Men kan twee delen onderscheiden in het woord 'komkommer'. Namelijk 'komkom' en 'mer'. 'Komkom', is een samentrekking van de meest favoriete uitspraak van de duivenmelker om de hoek, 'Kom kom ... Kom kom kom ... Koooom kom kom'. 'mer' daarentegen is etymologisch iets verder van huis te zoeken. Het is namelijk rechtstreeks afgeleid van het Franse woord 'mer', wat zoveel betekent als 'zee'. Volgens deze benadering betekent het woord 'komkommer' dus iets als 'een persoon die de zee probeert te lokken door in het ijle 'kom, kom' te roepen'. U begrijpt nu ook beter de scheldende uitroep 'gij domme komkommer' : onnozele imbeciel.
Een tweede theorie stelt echter dat het woord 'komkommer' een heel andere oorsprong heeft. Het zou een samensmelting zijn van 'kom' en 'kommer'. Hierbij is het tweede deel een simpele verbuiging van het eerste deel. Verdere analogie levert 'kom kommer komst', net zoals in 'gammel gammeler gargamel'. De betekenis van het adjectief 'kom' kan als volgt begrepen worden. Iedereen kent het gebruiksvoorwerp dat van oudsher geassocieerd wordt met het woord 'kom'. Deze 'kom' kan zich in drie verschillende toestanden bevinden : 'vol', 'ledig' of 'in de kast'. Nu kan men deze toestanden projecteren op de eigen persoonlijkheid. Men verkrijgt dan volgende mogelijke uitspraken. Na een overheerlijke maaltijd : 'Ik ben helemaal kom', als uitvlucht voor het feit dat men na twee pintjes reeds ligt rond te zwalpen dat het niet meer normaal is : 'ja, maar mijn maag was nog kom' of in een benauwende en penibele situatie : 'ik voel mij momenteel nogal kom'.
Indien het echter gaat om extreme gevallen van deze situaties, gebruikt men het woord 'komkommer' om aan te duiden dat het niet zomaar 'kom' is maar meer dan kom, namelijk 'komkommer'. Enige voorbeelden zullen alles verduidelijken en u meer voeling geven met het concept 'komkommer'.
'Kom, waar hebt ge u verstopt ?',tegenover :
'Komme melk, komme melk en halfkomme melk',
'Ik bevind mij komkom kom'
'Komkommer, waar hebt ge u verstopt ?',
'Komkommermelk' en
'Ik bevind mij op een komkommer'
Welkom terug, beste tuintaalliefhebbers ! Vandaag de dag gaan we even dieper in op de herkomst van het woord 'courgette'. U kent allicht deze overheerlijke groente met zijn ranke welvingen en rijke kleurenpracht. Maar hebt u er ooit al eens bij stilgestaan waar het woord 'courgette' vandaan komt ?
In een donkergrijs verleden leefde eens een Harige Hippo. Op zich niet zo speciaal, ware het niet dat deze Harige Hippo niet zo maar Harige Hippo werd genoemd. Neen, deze Hippo had namelijk onnoemelijk veel problemen bij het uitspreken van de letter 'a'. Hij sprak steeds over 'deer steet een knep hippoken' en 'ik breek mijn bellen nog eens uit els ik nog zo'n benenenteert ven u neer binnen moet kwekken'. Zijn medemaatjes vonden dit best wel grappig en noemden hem dus maar 'Harige Hippo', omwille van de 'a' en de elliteretie. Soms gingen ze wel nog wat verder met plagen en posteerden ze hem voor een druppende kraan en lieten ze hem woordjes zeggen als 'kakkerlaktiet' en stonden dan urenlang te bulderen van het lachen.
Op een niet zo zonnige dag werd het hem uiteraard wat te veel en brieste hij tegen iedereen die nog met hem begon te lachen 'gij lijkt op een koe haar gat !'. (nvda: koeien en nijlpaarden zijn van nature uit niet de beste maatjes, vanwege een bizarre driehoeksrelatie tussen een koe, een nijlpaard en een dromedaris zo'n vijftig eeuwen geleden, maar da's een ander verhaal. Heden ten dage is het dus voor een nijlpaard een schande koe te worden genoemd, om nog maar te zwijgen over bepaalde onderdelen van die koe). Nu begrijpt ge de consternatie bij die andere hippo's als ze plots iets te horen kregen als 'gij lijkt op een koe heer get !'. En dat hielp ! In die mate zelfs, dat ook andere minderbedeelde en aan-de-rand-van-de-maatschappij levende hippo's deze uitroep hanteerden. Maar zoals het gaat met gevleugelde uitdrukkingen, gaan in de loop der tijden hier en daar wat details verloren. Zo werd 'koe heer get' al gauw verkort tot 'koe 'r get' wat veel vlotter uit te spreken was. Het woord 'koerget' ofte 'courgette' was geboren !
De betekenis van het woord is momenteel lichtjes gewijzigd. 'Gij lijkt op een courgette', mag dan smakelijk klinken, een zware belediging kan men het nauwelijks noemen. Van waar die betekeniswissel ? Hiervoor moeten we weer enkele eeuwen terug. Harige Hippo was al lang begraven, ergens in een duister woud met hier en daar een Heilig Harige Hippo beeldje (waar hij persoonlijk wel een bloedhekel aan gehad zou hebben vanwege de maxi-elliteretie, maar kom, kommers is kommers en vooral geen komkommers) om zijn laatste rustplaats voor het nageslacht blijvend aan te duiden. En op zijn graf groeiden, jawel, weelderige courgetten en chrysanten-in-bloempotten.
Etymologie kan toch mooi zijn, niet ?
Welkom ende zit neder voor een nieuwe boeiende pagina uit het wervelende wereldje van de etymologie. Vandaag is het woord 'kampernoelie' aan de orde.
We keren terug naar het jaar 0. Terwijl iedereen in de ban was van een of andere vallende ster die bleef stil staan boven een stalletje, lag ons hoofdpersonage van vandaag, we noemen hem voor de gezelligheid Noel, te slapen in zijn luie zetel. Hij droomde van de roemrijke tijd zo'n tien jaar geleden, toen hij zijn eigen ultrageheime Orde der Noelies had opgericht. Toen ging alles nog goed. Elk lid van de Orde der Noelies, kortweg een Noelie, hield zich strikt aan de Strenge Normen van de Orde. Zo mocht een Noelie nooit rechtstreeks zijn mede-Noelies aankijken, maar moest een punt fixeren zo'n 20 centimeter rechts van het linkeroor. Zoniet zou er een Afgrijslijke Vloek over de Noelies nederdalen en hen voor eeuwig verdoemen. Zo'n vijf jaar ging alles goed, en de Opper-Noelie, onze Noel, kon rekenen op het respect en de goddelijke aanbidding van zijn Noelies. Tot die ene fatale dag, een grauwe herfstdag toen de zon net onderging.
Een Mama-Noelie had net haar Noelieboelie op een stoelie gezet, toen er gebeld werd. Ze liep naar de deur, opende die en keek recht in de ondergaande zon. Verblind door het licht verloor ze een moment haar concentratie en keek de Melk-Noelie recht in zijn gezicht. (U moet begrijpen, Mama-Noelie was een beetje uitgekeken op haar man, de Post-Noelie, zeker toen ze niet meer zo veel hoelieboelie deden. Dus was ze een verdoken relatie begonnen met de Melk-Noelie, en de hoelieboelie was enorm woeliewoelie).
Plots schoof er een donkere donderwolk voor de ondergaande zon, de aarde trilde en beefde en spleet ook nog in een aantal diepe scheuren. Uit een van die scheuren walmde een groene rook op en omhulde de hele Noelie-nederzetting. Iedereen was vervuld van angst en sloeg de ogen ten hemel op. Een krassende en kreunende stem sprak : 'Gij vermaledijden hebt het gewaagd elkaar aan te kijken, ziehier het resultaat van mijn toorn !'.
Een enorme lichtflits en plots begon het haar van elke Noelie overmatig te groeien. De Afgrijslijke Vloek had zich voltrokken.
Na een aantal dagen was de situatie al onhoudbaar geworden. De kapper-Noelie kon de toevloed van langharige Noelies niet meer aan en alle kammen waren al uitverkocht ! Het was zelfs zo erg dat sommige Noelies kammen begonnen te hamsteren om er toch maar zeker van te zijn dat ze hun wildgroei van haar toch enigszins in plooi konden houden. Onze Opper-Noelie moest ingrijpen of zijn Orde zou niet lang meer te leven hebben. Hij trok zich terug in zijn nederige stulp en probeerde een oplossing te bedenken. De volgende dag riep hij alle Noelies samen voor zijn balkon en sprak de gevleugelde woorden : 'Vanaf heden geldt de volgende Strenge Norm : 1 kam per Noelie !'. En zo geschiedde, want de macht van de Opper-Noelie was nog altijd groot. Maar een echte oplossing was het toch nog niet. De Opper-Noelie moest iets anders bedenken. Hij trok zich wederom terug in zijn nederig stulpje, deze keer in een donker hoekje, en bedacht een snood plan. Weer riep hij zijn volgelingen samen en sprak : 'Neem en eet hiervan gij allen, want dit is mijn haarlotion die jullie zal verlossen uit jullie lijden'. En zo geschiedde, want de macht van de Opper-Noelie was nog altijd groot. De volgende morgen kon elke Noelie constateren dat hij/zij/het geen lang haar meer had. Alleen, helemaal geen haar meer had. De Noelies waren kaal !! Deels opgelucht, deels verbolgen om hun kale hoofd, denken ze nu nog steeds met heimwee terug aan de Tijd van het Lange Haar en de kampernoelie-Norm.
Omwille van de gelijkenis van de huidige kampernoelie met het kale hoofd van de Noelies, werd de kampernoelie 'kampernoelie' gedoopt en zo zal het blijven tot in de eeuwen der eeuwen.
(Dus in 't vervolg toch oppassen als een vieze kaalhoofdige man naast u komt staan en vraagt : 'Hoelieboelie ?'. U bent gewaarschuwd).
Arti arti sjok sjok, weg zijn wij !
U bent weer live verbonden met ons hoogstaande cullinaire en etymologische gezinswoordenboek, dat hier nu open ligt op de bladzijde 'artisjok'.
Het leven van een artisjok is niet alles. Deze niet onaardige groentensoort is het slachtoffer van ontelbare misvattingen en van grote onkunde getuigende verzinsels die zelfs een simpele boerenworst nog niet zou kunnen bedenken. En toch zijn het deze simpele boerenworsten die zich verlagen tot het doen van allesonterende uitspraken. Enige verduidelijking is op zijn plaats :
Als men het woord 'artisjok' gebruikt in zinnen als : 'Let Marie, ons Bea eit wier ne kie Artis sjoko in pleuts van een schelle keis', begrijpt men meteen wat ik bedoel. Het object 'Artis choco', het welbefaamde en in onlangs door Artis-u-spaart-toch-ook vernieuwde versie uitgebrachte chocosurrogaat, wordt op catastrofale wijze geprojecteerd op een sneetje kaas. En zeg nu zelf, een plak kaas met een vettige laag choco er boven op ? Juist ja, een typisch uw-lavabo-heeft-soms-ook-honger-produkt en compleet artisjok-onwaardig.
(nvda: indien u een van die individuen bent die zelf ook choco op hun kaas smeren, welnu, bij deze vervelt u tot simpele boerenworst)
Maar niet alleen simpele boerenworsten plachten zich onledig te houden met dit soort banale zegswijzen. Erger is het gesteld met de gemiddelde Hollander. 'Kijk nou es an, Art die sjokken wasjt, nou moe, dat die kiessjak dat doet, nou, d'er sjnap ik gene ene moer van' is een wijd verbreide ontvalling in de Lagere Landen. Het valt u meteen op dat Art (de Garfield onder de popzangers) hier het hele zootje vernaggelt door domweg zijn eigen sokken in te soppen, in plaats van de Hollander die er op staat te gapen en er toch geen sikkepit van begrijpt te misbruiken om aldus te getuigen van een groot gebrek aan management en delegeringstaktieken, artisjok-ongehoord noem ik dat !
Of deze : 'Nou sjeg, die meid kan artisjokken !'. Kan echt totaal niet door de beugel. U moet het maar eens proberen.
Ook de van iets meer hersencelmassa voorziene persoon, wordt betrapt op het uitspreken van iets als : 'Als omnivalente conclusie trachten wij dan ook naar voren te brengen dat de patient in kwestie, Art, die shockterapie niet ten volle heeft kunnen degusteren waardoor, gesteld zijn fysieke en psychionomische exploten, het experiment als verloren kan worden beschouwd'. Art, u-wast-uw-Garfield-sokken-toch-ook, heeft hier zijn fout van weleer ingezien maar koos duidelijk de verkeerde remedie om er aan te verhelpen : in plaats van zich aan te sluiten BIJ een zelfhulpgroep, sloot hij zichzelf aan AAN een zelfhulpgroep van de noodgeneratorafdeling. Alsof een artisjok ooit een taalfout in de praktijk zou uitvoeren. Ha !
U begrijpt dus nu waarom een artisjok, een met liefde en toewijding gekweekte distelsoort met de o zo viezige bloembodem en lieflijk aanvoelende schubben, zo'n hard leven te torsen heeft. Heb medelijden, en noem uw zoon nooit Art.
Ik dank u.
Uit : 'De Diepere Betekenis Van Sommige Woorden Uit De Nederlandse Taal'
Courgette (Thierry)
Iets anders, en wel de courgette volgens mijn 'Pocket Ethymologisch Klein Zakverklarend Woordenboekje', sectie 'GFT', afdeling 'overheerlijke groente met ranke welvingen en rijke kleurenpracht'. En ik citeer :
"Voor de oorsprong van het woord courgette moeten we terug naar de hondensport, en wel de dressuur. Om de drie maansverduisteringen vindt er in het diepste van de Franse Provence een belangrijke traditionele hondenwedstrijd plaats, zoals die al sinds de eeuwen der eeuwen plaatsvindt. Opdrachten zijn legio, o.a. het stamwerpen (le lancer du tronc), de inverse plas (met een been op de grond en drie in de lucht) (l'exercise de l'arbre Australien), en het aartsmoeilijke obstakellopen-baasje_aan_de_leiband_trekken (le combine). Tijdens een van de opdrachten (le Vachercherchienchien) worden de flair en het orientatievermogen van de beesten op de proef gesteld, en dit gaat als volgt : de hond moet een weggegooide knuppel terugbrengen, maar om de zaak moeilijker te maken zijn volgende details toegevoegd : de knuppel is een speciaal voor de gelegenheid door de plaatselijke boeren genetisch gemanipuleerde tomaat, en ziet er lang en groen uit, u voelt hem al komen, dit is de uiteindelijke courgette geworden. Bovendien wordt de knuppel weggeschoten in een 87,135 hectaren groot veld met 18.344 courgetteplanten en drie muizevallen met een blokje plaatselijke kaas, meestal Tomme.
Zoals dat dikwijls het geval is met zo'n gebeurtenissen wordt ook hier uitvoerig gebruik gemaakt van vaktermen en plaatstelijk jargon die voor niet-ingewijden dat rustieke tintje draagt. De officiele termen voor de knuppel en het veld zijn verloren gegaan in het stof de eeuwen, maar een uitdrukking is overgebleven.
Het sociale aanzien van de eigenaars stond of viel met de prestaties van hun hond (en van beiden in de combine). Ongeveer het ergste dat kon gebeuren is dat het beest tijdens de 'Vachercherchienchien' al wegspurtte alvorens de knuppel werd weggeschoten : de sociale status van de eigenaar zakte dan tot diep onder het vriespunt en velen sloegen na zo'n voorval de hand aan zichzelf, omdat hij het psychologisch afzien dat erop volgde niet kon dragen : waar hij ook in het dorp verscheen werd gegniffeld, in het vuistje gelachen, achter de hand gepraat, of zelfs hardop en hartelijk gebulderd.
De normale gang van zaken bij de 'Vachercherchienchien' ging dus als volgt : het werpen van de knuppel (jeter, il jette), waarna de hond ging lopen (courir, il court). Edoch indien de hond in de fout ging zoals hoger beschreven, werd dat : eerst "il court", en vervolgens "il jette" : de uitdrukking "son chien est court-jette" was geboren en werd aanschouwd als het ergste scheldwoord, o.a. gebruikt in "Ta mere est court-jette". Later dan werd de uitdrukking geprojecteerd op het voorwerp dat ervan aan de basis lag : de genetisch gemanipuleeerde tomaat, in onze contreien dus bekend als de courgette."
Ziezo beste luisteraars, zoals u ziet kan Ethymologie niet alleen mooi zijn maar ook uiterst gevarieerd en niet altijd eenduidig.
Banaan (Jerre)
In ons radioprogramma "De eigolo-myte of etymologie anders bekeken" vandaag een woordje uitleg over de banaan.
Het was een koude midzomernacht in de winter van 1267 toen Tom Atosoup aanmeerde, althans zijn boot, aan het bekende eiland Madagascar. Bekend omdat hij er zojuist was aangemeerd, want tot voor die tijd was er nog niemand geweest. Reeds van 1242, toen Ed Las Madagascar had uitgevonden, had men getracht dit eiland ook effectief te vinden, maar Tom was de eerste die daarin slaagde. Na een eerste verkenningstocht of drie had hij meteen al enkele vreemde dingen opgemerkt die de geschiedenis zouden ingaan als pygmeee(met trema)n, dewelke hij met succes ook op het Afrikaanse vasteland liet inheemseren, de Madagascische olifant, nu beter bekend onder de naam giraffe, en de Madagascische hoofdstad Oeliboeli (nu Antananarivo, maar dat hoort u in een van onze volgende uitzendingen, over de ananas). Nog zo'n,en let op de alliteratie, vreemdsoortig voorwerp dat hij daar aantrof was een geelsoortige kromme vrucht. De eerste keer dat hij met deze vrucht in aanraking kwam, is trouwens een verhaal apart. Tom, opgevoed in een welopgevoed protestants gezin met 3 kinderen, hijzelf meegerekend, had uiteraard nog nooit van sex gehoord, laat staan van, en let op de alliteratie, safe sex. Eens hij de pygmee(trema)en volledig onder de knie had -en dat was niet zo moeilijk- wist hij hierover al meteen veel meer. Wat hij zo ook wist, was dat deze negertjes die vreemde vruchten, na uitholling, gebruikten voor safe sex.Opgemerkt weze dat de creatieve luisteraar nu niet meteen naar de fruitkom moet huppelen om dit alles uit te proberen, want u begrijpt dat dit niet steeds even goed afliep. De meest voorkomede problemen waren bijvoorbeeld dat de vrouw in kwestie de vrucht al binnen had voor de daad begon (vandaar de gekende Pygmeese uitdrukking 'Geen fruit voor de sex'), of dat de klein mannen de vrucht nog verorberden, toen de daad al gedaan was. Dit even om de creatieve luisteraar weer met beide voeten op zijn zelfgelegde parket te brengen.Maar soit, gefascineerd door dit alles, nam hij van deze vreemde vrucht enkele exemplaren mee naar zijn geboorteland. Op excursie (ik weet echt ni meer hoe da weer noemt) bij de koning (ha ja, audie(met trema)ntie) vroeg deze uiteraard wat voor iets Tom nu weer had meegebracht. U begrijpt dat Tom, opgevoed in een welopgevoed protestants gezin met 4 kinderen (jawel, de wereld staat niet stil terwijl Tom op ontdekkingsreis is), hijzelf meegerekend, bij de koning niet zomaar over sex kon beginnen, misschien had de koning daar nog wel nooit van gehoord. Dus zei hij gewoon:"Dat is een inheemse vrucht die daar veel gegeten wordt.", maar dan in 't Engels. Hierop stak de koning de vrucht in zijn mond en zei "Hmmmmmmmmm.", maar dan in 't Engels. "Wel, Tom, voorwaar (want koningen zeggen altijd voorwaar in hun zinnen, behalve als ze Hmmmmmmmmm zeggen), dat is een lekkere vrucht.". Tom, al heel de tijd geconfronteerd met het dilemma of hij alsnog iets over het tweede gebruik van deze vrucht zou zeggen, moest plotseling weer denken aan die kleine pygmeetjes en hun safe sex en omdat hij bovendien niet zo weg was van voornoemde vrucht, sprak hij: "Eigenlijk is er geen bal aan", hetwelk hij zelf een heel goeie vond, omwille van de dubbele betekenis die de kleine geslachtsorgaantjes van de pygmee(trema)en, die je haast niet kon zien, aan zijn uitspraak gaven. Hij had echter niet gehoord dat de koning intussen al had gevraagd "Voorwaar, hoe noemt deze vrucht ?", want de koning zegt altijd noemen in plaats van heten, maar dan in 't Engels. Hij interpreteerde dan ook het antwoord van Tom als "Eigenlijk is 't geen balaan.". De koning, gewend om wijze beslissingen niet uit de weg te gaan, sprak toen de eeuwige woorden:"Voorwaar, dan noemen we deze vrucht baNaan." En de banaan was geboren.
Fragment uit het radioprogramma "De eigolo-myte, of etymologie anders bekeken"
Pompoen (Jerre)
Hallo beste luisterbuiskindjes,
welkom voor een nieuwe aflevering van 'De eigolo-myte, of etymologie anders bekeken'.
Vandaag keren we even terug naar de tijd van de Oude Belgen, zo'n kleine 856,765 jaar geleden. In onze contreien leefde toen een barbaars, doch eigenlijk best ook wel wijs volk die zich 'de Oude Belgen' noemden. Waarom wisten ze toen nog niet, maar dankzij het wonder van de etymologie kan men dat nu uiteraard allemaal haarfijn verklaren. Daar hebben zij natuurlijk geen boodschap aan, dus laten we dit feit even buiten beschouwing en concentreren we ons verder op ons boeiend verhaal. Een van de zaken waaraan men kon zien dat de Oude Belgen eigenlijk best wel een beetje barbaars waren, was het feit dat zij op literair gebied niet zo ver ontwikkeld waren. Zo'n 98% was analfabeet en kon niet spreken, ongeveer 1% kon wel wat spreken, nog eens een procent kon schrijven en lezen, maar niet spreken en al de rest kon alle voornoemde dingen. Opgemerkt dient wel dat bij de eerste categorie ook de babies, doofstommen,... werden gerekend, hoewel het helemaal niet te bewijzen was dat deze nu eigenlijk effectief het verstand niet hadden om ananalfabeet te zijn, dan wel of het virtuele alfabeten betrof. Het moge duidelijk zijn dat de volledige Oudbelgische woordenschat gebaseerd was op de 1% die kon spreken en dus niet ver ontwikkeld was, temeer daar er een slordige 98% rondliep die er toch geen bal van begreep. Voor de meest levensnoodzakelijke dingen waren echter toch enkele populaire woorden in trek. Het betrof hier voornamelijk onomatopeeen, de trouwe luisteraar weet wat dat zijn. Enkele veel gebruikte Oudbelgische woorden waren dan ook:
De creatieve luisteraar mag hierbij de Oudbelg niet overschatten. Zinnen als "Ik klikte de krrrrriep, zag een piep en klikte de krrrrriep. Klik-klik he.", waren dan ook onbestaande.
- 'piep' : muis
- 'krrrrriep' : kelderdeur
- 'klik' : openen
- 'klik' : sluiten
- 'klik-klik' : onnozel doen ; ook wel onnozel,onnozelaar
- 'toink' : iemand overvallen
- 'toink-getoinkt' : wie een put graaft voor een ander valt er zelf in
- Alle bestaande woorden : papegaai ...
Opgemerkt weze dat vreemde of van elders afkomstige voorwerpen de naam kregen die ze hadden :
- peper : peper
- poen : poen,geld
- zijde : zijde
- Julius Caesar : Julius Caesar ...
Nu woonde er bij de Oude Belgen ook een oud, wijs man, die, de onomatopeeregel indachtig, "Ejisemseekwadraat" werd genoemd. Deze man deed de hele dag niets anders dan uitvindingen uitvinden. Zo kwam hij ook regelmatig op de proppen met nieuwe etenswaren, die de overige Oude Belgen moest steunen in de strijd. Op een dag had hij alweder een nieuwe vrucht ontwikkeld en dus riep hij zijn volk bijeen om z'n nieuwe uitvinding voor te stellen en eventueel te verkopen, want Ejisemseekwadraat moest ook zijn geld verdienen, nietwaar? Toen hij heel het volk verzameld had rond de plant, sneed Ejisemseekwadraat de grote oranje vrucht af van de stengel waaraan deze hing te bengelen. Hij had ze echter niet goed vast en de vrucht viel op de grond. Waar nu iedereen verwacht had dat de vrucht in slijmerige spetters uiteen zou springen, maakte de vrucht bij het contact met de grond een zacht 'pom'-geluid en bleef zij roerloos liggen. De dichtstbijstaande Oude Belg liep erop af en nam een stukje. De vrucht was echter vrij rubberachtig en smaakte bijgevolg zeer slecht, hetwelk bij de man de woorden "Bwaark pom" ontlokten, of te "Die pom smaakt niet goed.", waarna het hele volk zich weer naar hun werk begaf.Ejisemseekwadraat ging echter onontmoedigd door en al drie dagen later was een nieuw prototype van de 'pom' klaar. Weer verzamelde hij het volk en sneed een vrucht van de plant. Hij deelde enkele stukjes uit en de proevenden waren dit maal zeer opgetogen, hun gezamelijk "Mjam pom" gelovend althans. Ejisemseekwadraat was zeer opgelucht dat zijn boterham weeral binnen was en riep tevreden "Oef ; Pom poen", waarop 1% van het volk begon te scanderen "Pom poen Pom poen" en u begrijpt dat alweer een nieuw woord der Nederlandse taal was geboren...
Opmerking: Welgeteld drie jaren na dit voorval kwam een aardig volk uit een ver gelegen land met een vreemdsoortige citrusvrucht op de proppen. Deze noemde men daar "vsvchbchehucfguwbgfdtywqfdygg". Dat vonden de OudBelgen toch wat overdreven als bastaardwoord en daarom gaven ze het ding een nieuwe naam. Daartoe lieten ze het spul vallen en luisterden naar het geluid. Het was 'pom'. De Oudbelgen, zoals reeds gezegd nu ook weer niet van de domsten, dachten dat ze hier zwaar in't zak werden gezet: het betrof een vermomde pompoen! De mensen van het vreemde land wisten echter snel komaf te maken met deze veronderstelling. Zij spraken "Pel de vrucht, en ge zult zien dat het geen pompoen is.". Een van de Oud-Belgen, in feite een immigrant die de taal van ginder begreep, deed wat de vreemdelingen zegden en vond binnenin de vrucht geel-rood vruchtvlees, veel blubberderiger dan dat in een pompoen. Opgelucht sprak hij "Pom pel moes" om aan te geven wat hij binnenin aangetroffen had. De ruilhandel kon beginnen en sindsdien kennen de Oude Belgen, en ook wij nu nog, de geneugtes van de Pompoen en de Pompelmoes!
Pompoen (Flippie)
Beste vrienden, bij deze gaan wil ik ook mijn bijdrage leveren aan de grote etymologische tuinencyclopedie, en wel met het woord POMPOEN.
Op het eerste gezicht zou men denken dat dit louter een samentrekking is van 'pompom', wat uiteraard hetzelfde betekent als 'een liedje zingen' en anderzijds 'harpoen', de welbekende haak, gebruikt in de walvisvangst. De globale betekenis zou dan zijn (overdrachtelijk) 'al zingend een harpoen gooien teneinde een walvis naar huis te brengen en deze vervolgens op te peuzelen'. Deze toch wel triviale uitleg is echter te simplistisch, en de ware betekenis moet dan ook verder gezocht worden.
De eerste lettergreep 'POM' is, voor wie wat van talen kent, afkomstig uit het laag-latijn, en betekent zelfs nu nog iets als 'appel'. Het verband met de tuin is meteen duidelijk. Nog meer voor de hand liggend is het tweede gedeelte: 'POEN'. In onze Nederlandsche taal bestaat dit woord nog steeds, met de geijkte betekenis van 'geld'. Het is dan ook zonder meer duidelijk dat 'POMPOEN' in feite staat voor 'een appel die veel geld opbrengt'.
Deze uitleg wordt bevestigd door twee duidelijke signalen:
Ten eerste: het verband met de tuin in het algemeen is duidelijk aanwezig.
Ten tweede: De betekenis zelf is een rechtstreekse verwijzing naar de vorm zelf van de groente. Zegt U zelf, heeft de pompoen ook niet zo'n lief staartje om af te draaien en zulke heerlijke zachte welvingen ? Dat dacht ik ook, ja.
Hiermee sluiten we dan deze overduidelijke etymologische verklaring af en groeten U met de meeste hoogachting.